Hoe we het verschil willen maken voor starters op de woningmarkt

Op je 28e nog steeds bij je ouders op zolder wonen. Of niet aan kinderen beginnen, omdat je geen ruimte hebt in je studio van 30 vierkante meter. Het tekort aan woningen in Nederland houdt een hele generatie in zijn greep. Welke rol pakt Rabobank om te zorgen voor meer starterswoningen? Kelly, Business Development Manager coöperatief bankieren, vertelt over een van de schakels in die aanpak: hoe de doorstroom van ouderen het verschil maakt voor starters.
Meer woningen voor starters begint met de doorstroom van ouderen. Maar voor deze generatie valt er, net als voor starters en gezinnen, amper te kiezen. “Alleen al in Midden-Nederland zijn er tot 2040 58.000 extra woningen voor ouderen nodig”, legt Kelly uit. “Uit onderzoek van RaboResearch komt naar voren dat er de komende jaren enorm veel woningen bijgebouwd moeten worden.”
Woonwensen ophalen
Via lokale projecten probeert Rabobank bij te dragen aan meer passende woningen voor ouderen. Bijvoorbeeld in Bunschoten. “Hier trekken we op met een architect, projectontwikkelaar en zorginstelling. Samen vroegen we aan inwoners hoe zij later willen wonen. Een veelgehoord antwoord is: op een plek waar ruimte is voor ontmoeting, op weg naar de voordeur of in gemeenschappelijke ruimtes. Maar ook in een woonomgeving die hen stimuleert te bewegen.”
Deze inzichten leidden tot de Bunschoter Beginselen, een vertrekpunt voor alle nieuwe woonprojecten voor ouderen in Bunschoten. Kelly: “Met meer passende woningen hopen we dat ouderen sneller overwegen om te verhuizen. Met als positief gevolg dat er meer woningen vrijkomen voor starters.”
Boodschapje doen
Wat passende woningen zijn, verschilt per persoon én regio. “In een dorp zijn er andere behoeften en faciliteiten dan in de stad”, zegt Kelly. “Maar er is ook een gemene deler: samenredzaamheid. Doordat ouderen langer zelfstandig wonen, moeten we als samenleving slim bouwen. Een wooncomplex voor een diverse groep mensen, bijvoorbeeld. Daar kunnen naast ouderen ook jongeren wonen, zoals studenten of starters, of juist alleen bewoners tussen de 65 en 90 jaar. Intergenerationeel wonen noemen we dat: wonen waarbij generaties wat voor elkaar betekenen. De jongere en oudere bewoners kijken naar elkaar om met een boodschap, klus of praatje.”
Dure ontwikkelfase
Het coöperatief dividend van Rabobank is een belangrijk hulpmiddel bij woonprojecten die maatwerk nodig hebben. “We zetten het in tijdens de ontwikkelfase van zo’n project”, legt Kelly uit. “Vaak is het dan nog niet bancair te financieren. Het coöperatief dividend zorgt ervoor dat een maatwerkproject toch van start kan, juist omdat het bedoeld is om te investeren in de samenleving. Daarnaast zetten we onze kennis, ons netwerk en standaard financiële producten in. Waar behoefte aan is, hangt af van het project waarbij we aansluiten. Elk project heeft wat anders nodig.”
Prikkel nodig
Kelly probeert via haar werk het bewustzijn te vergroten. “Mensen denken pas laat na over hoe ze oud willen worden. Zolang je gezond en mobiel bent, is die prikkel er gewoonweg niet. Maar door de keuze uit te stellen, kun je de regie kwijtraken. Dat zag ik ook bij mijn opa en oma. Toen mijn opa ging dementeren, was het voor hen te laat om samen te verhuizen naar een toekomstbestendige woning.”
Kelly zag dus van dichtbij hoe belangrijk het is om tijdig na te denken over je woonsituatie. “De stap naar een woning die beter past, brengt ouderen rust en woonplezier, én de lokale woningmarkt in beweging.”