Met dit knalgroene boontje helpen we agrariërs verduurzamen

Sta je weleens stil bij waar de ingrediënten van je pokébowl vandaan komen? De edamameboon bijvoorbeeld, komt steeds vaker van Hollandse bodem dankzij een succesvol project van Rabobank, Food Valley en verschillende provincies. Wietske, manager business development, vertelt hoe ze agrariërs helpt bij de omslag naar deze duurzame boon.
Jarenlang was het voor Nederlandse telers lastig om zulke eiwitrijke gewassen op grote schaal te telen. De buitenlandse bonen waren goedkoper, waardoor ze hun oogst moeilijk kwijt konden. Terwijl de omslag naar meer plantaardige eiwitten juist een van de oplossingen is voor de verduurzaming van de Nederlandse landbouw.
Eiwit van eigen bodem
De edamameboon is een veelbelovend gewas voor die omslag. “De wortels gaan diep de grond in, en dat is goed voor de kwaliteit van onze bodem”, legt Wietske uit. “Bovendien bindt het plantje stikstof, is er vrijwel geen kunstmest nodig en trekt het vlinderbloemige gewas insecten aan, zodat het bijdraagt aan de biodiversiteit.” Een klein boontje met veel impact dus.
Kracht van de keten
Toch komt zo’n duurzaam boontje pas écht van de grond als de hele keten meebeweegt. Wietske: “Agrariërs willen stappen zetten, maar hebben wel zekerheid en een verdienmodel nodig. En daar zorgen wij voor, samen met de partners van Plant Protein Forward: een initiatief van FoodValley, het provinciaal eiwitoverleg en Rabobank. We zetten duurzame ketens op waarin agrariërs een eerlijke prijs krijgen, én er zeker van zijn dat ze hun oogst aan supermarkten kunnen verkopen. Zo maken we lokaal telen aantrekkelijker.”

“Rabobank zet haar netwerk in de food- en agrisector in om agrariërs te ondersteunen”, legt Wietske uit. “We zochten partijen bij elkaar, haalden financiering op bij kringbanken en bemiddelden tussen partijen. “Nu liggen er afspraken tussen agrariërs en een supermarktketen. Op basis van wat de supermarkt verwacht te verkopen, zaaien agrariërs de gewassen in. Zo hebben ze een gegarandeerde afzetmarkt.”
Iedereen vooruit helpen
“Ik begrijp dat mensen zich soms afvragen of wij de juiste partij zijn om die omslag te helpen maken”, zegt Wietske. “Maar juist omdat we jarenlang de traditionele landbouw hebben gefinancierd, kunnen we nu helpen bij deze omschakeling. We weten waar de knelpunten zitten. Agrariërs willen verduurzamen, maar dat kan alleen met een gezond verdienmodel. Samen zoeken we naar modellen die goed zijn voor mens, dier en milieu én waarmee je een boterham kunt verdienen. Daarnaast helpen we bij de investeringen die hierbij komen kijken: van grotere voorraadopslag tot opschaling. Zo helpen we niet alleen de agrarische sector vooruit, maar ook het klimaat, de maatschappij en de consument.”
Trekkers en melkflessen
Voor Wietske voelt haar rol als thuiskomen. “Mijn opa en oma hadden een melkvee- en tuinbouwbedrijf, mijn vader is later de landbouwmechanisatie ingegaan. Ik groeide op tussen de trekkers en de melkflessen en weet hoe pittig het ondernemerschap is. Agrariërs werken hard en hebben niet altijd de ruimte om ver in de toekomst te kijken. Met mijn werk bied ik een nieuw perspectief en help ik om hun bedrijf toekomstbestendig te maken. Soms heb je een lange adem nodig, maar ik word juist enthousiast van resultaten op de lange termijn. Daar haal ik veel voldoening uit.”
Toekomst is groen
Die lange adem betaalt zich uit, want het programma is succesvol. “In 2024 teelden de agrariërs op 4 hectare edamamebonen, in 2025 zaten we al op 100 hectare.” En steeds meer telers sluiten zich aan, ziet Wietske. “Als ik zie dat telers nu vol vertrouwen meedoen, dan weet ik waarom ik dit werk doe.” En het blijft niet bij de edamameboon: Wietske en haar collega’s werken aan soortgelijke afspraken voor veldbonen, quinoa, lupine, boekweit en droge soja. “Met de EU-subsidie die we hebben ontvangen, kunnen we het programma Plant Proteín Forward echt toekomstbestendig maken.”