Op de vlucht: Serdar over zijn tweede leven in Nederland en bij Rabobank

Man poseert op de trap voor een Rabobankkantoor
Serdar in front of a Rabobank office
Serdar Sahin
FEC Analist
Leestijd12 minuten

Binnen drie jaar vijftig mensen met een vluchtelingachtergrond aan een baan helpen, dat was de ambitie van Rabobank in april 2022. In januari 2024 behaalden we dit doel. Als partner van de Refugee Talent Hub, een platform dat vluchtelingen en werkgevers verbindt, maken we zo serieus werk van diversiteit en de together-belofte waarin iedereen dezelfde kansen krijgt. Serdar Sahin is een van de vijftig vluchtelingen die bij Rabobank werkzaam is en doet een boekje open over de indrukwekkende reis die hij aflegde – laverend tussen verdriet en hoop. “De steun van mijn omgeving hield me altijd op de been.”

Vijf jaar geleden ontvluchtte Serdar Turkije. Tot die tijd leidde hij een gelukkig leven met zijn vrouw en drie zoons. "Achttien jaar lang had ik een succesvolle baan, maar door omstandigheden moest ik van de ene op de andere dag haard en huis achterlaten", vertelt hij. "Mijn leven zoals ik het kende bestond niet meer. Wat ik allemaal had opgebouwd, en al mijn vrienden en familie – alles moest ik achterlaten.”

Schuldgevoel

Er brak een zware periode aan. Serdar nam afscheid van zijn vrouw en kinderen en vertrok naar Griekenland. “Veel dingen voor mijn toekomst had ik gepland, maar dat ik vluchteling in Griekenland zou worden stond niet op dat lijstje”, zegt hij met een scherp gevoel voor understatement. “Daar wist ik niet wat ik kon verwachten. Eigenlijk had ik helemaal geen verwachtingen en liet ik alles maar op me afkomen.”

Een maand later reisde hij door naar Nederland. "De douanepolitie op Schiphol was heel vriendelijk en binnen een paar uur werden alle procedures in orde gemaakt en mocht ik door naar Ter Apel." Na tien dagen papierwerk zat zijn verblijf in Ter Apel erop en was hij welkom in Delfzijl. Daarna duurde het ongeveer anderhalf jaar totdat zijn asiel in Nederland rond was. In de tussentijd verbleef hij op verschillende opvanglocaties, onder andere in Apeldoorn en Rijswijk. “Het personeel in de opvang was altijd heel aardig. Ondanks alles was ik tevreden met mijn leefomstandigheden op die plekken.”

"Mijn land halsoverkop verlaten en alles achterlaten, zoiets hoop ik nooit meer mee te maken." 
Serdar Sahin

Vallen en opstaan

Het missen van zijn gezin viel hem het zwaarst, maar om andere dingen die hem moeite kostten kan hij gelukkig ook lachen. “Ik kon niet zo goed fietsen, maar in een land met meer fietsen dan mensen is dat niet zo handig. Toen ik in Delfzijl verbleef, ben ik flink gaan oefenen. Dat heeft me heel wat builen en schrammen opgeleverd!”

Nog iets waar hij aan moest wennen: het landschap. “Vanuit de bergen naar een plat land verhuizen met als hoogste punt 320 meter – dat was best gek. En over het weer zal ik het maar niet hebben … Maar het lastigst vond ik het Nederlands. Het leren van een nieuwe taal op je 45e is niet eenvoudig.” Ondanks zijn worsteling met die wildvreemde taal, is zijn beheersing ervan overigens uit de kunst. In slechts vijf jaar tijd heeft hij zich goed verstaanbaar weten te maken, en dat is razend knap.

Maar voor Serdar is het aanleren van nieuwe gewoonten en aanpassen aan een andere cultuur klein bier vergeleken bij het moment dat hij zijn land moest verlaten. “Dat vond ik het moeilijkst”, blikt hij terug. “Daar moeten vertrekken en alles achterlaten, zoiets hoop ik nooit meer mee te hoeven maken.”

Netwerken, netwerken, netwerken

Eenmaal in Nederland wilde Serdar zich zo snel mogelijk nuttig maken. “Een uitkering krijgen voelde niet goed voor mij. Ik wilde aan het werk, iets bijdragen. Naast de cursussen die ik volgde, ging ik op zoek naar een baan. Ook naar vrijwilligerswerk. Mijn taalcoach wees me op een aantal plekken waar ik kon solliciteren. Bij De Voedselbank werd ik aangenomen. Daar heb ik ongeveer zes maanden gewerkt en die plek zal ik nooit vergeten. Iedereen was hartstikke vriendelijk, ik voelde me er meteen thuis.”

Toen zijn verblijfsvergunning rond was, ging hij op zoek naar een eigen woning. Die vond hij in Den Haag. “Mijn vrouw en kinderen waren nog in Turkije. Die miste ik wel, maar ik probeerde me te focussen op het verbeteren van mijn Nederlands. Ik begon met een Schakeljaar Hoger Onderwijs aan De Haagse Hogeschool. Eerst werd mijn verzoek afgewezen, want normaal gesproken is dat niet bedoeld voor ‘oude’ mensen, maar voor studenten die naar de universiteit willen. Ik heb de commissie ervan kunnen overtuigen dat het mijn wens was om in korte tijd zo goed mogelijk Nederlands te leren. Dat werd geaccepteerd!”

Intussen solliciteerde hij ook verder naar een vaste baan. Serdar: “Als vluchteling is dat wel lastig als niemand je kent. Hier heb je ‘via-via’ vaak de meeste kans. Ik moest dus gaan netwerken. Wat ik heel mooi vind aan Nederland, zijn stichtingen. Ik heb me bij verschillende stichtingen aangemeld. Eentje daarvan was Gast aan Tafel. Daar word je aan een Nederlands gezin gekoppeld dat jou helpt wennen aan Nederland. Zo leerde ik Martine kennen, een alleenstaande moeder met twee kinderen. Ze vertelde dat ze ooit in dienst van de NAVO in Noord-Macedonië en, net als ik, in Kosovo had gewerkt. We raakten aan de praat over onze ervaringen en op een gegeven moment heb ik haar verteld dat ik werk zocht. Dat vond ik lastig, ik schaamde me ervoor, maar ik moest wat, want intussen werd ik wanhopig van mijn werkloosheid. Vanaf mijn twintigste heb ik namelijk altijd gewerkt en nu stond ik met lege handen. Ik ging naar school en was vrijwilliger, maar wilde ook een vaste baan vinden. Martine vroeg me of ik haar mijn cv eens kon sturen. Natuurlijk wilde ik dat!”

"Ik mocht eindelijk op gesprek komen. Ik had één kans. Het was nu of nooit!" 
Serdar Sahin

Alles in het Nederlands a.u.b.

Het bleek een schot in de roos. Martines zwager kende iemand bij Rabobank en een tijdje later vertelde ze Serdar dat daar misschien iets mogelijk was. “Ze had mijn gegevens doorgegeven en ik werd gebeld door Sander Aandeweg, teamleider bij FEC, Financial Economic Crime. We hadden een leuk informeel gesprek en ik mocht op sollicitatie komen. Ik was héél enthousiast.” Spannend vond hij het wel, want inmiddels had hij al heel wat ‘koude’ sollicitaties de deur uitgedaan, zonder succes. “Dan kreeg ik steeds te horen dat ze een andere kandidaat hadden met meer ervaring. Nu mocht ik eindelijk op gesprek komen. Ik had één kans. Het was nu of nooit!”

Omdat het zijn eerste officiële sollicitatiegesprek in het Nederlands werd, bereidde Serdar zich tot in de puntjes voor. “Mijn latere hiring manager, Stijn de Bruijn, was bij het gesprek aanwezig en hij vroeg of ik liever in het Engels wilde spreken. Maar omdat ik mezelf voorgenomen had om hier te blijven wonen en werken, koos ik voor Nederlands. Die taal moest en zou ik onder de knie krijgen.” Serdars onvermoeibare inzet werd beloond. Hij werd aangenomen en begon in november 2021 met een opleiding van twee maanden tot KYC-analist. “De eerste maand was erg moeilijk”, zegt hij. “Overdag volgde ik alle lessen, maar ’s avonds keek ik ze nog eens terug. Om er zeker van te zijn dat ik alles begrepen had.”

Hij rondde het traject succesvol af en werd overgeplaatst naar zijn huidige team in Rotterdam. Teamleider Sjoerd Vooijs koppelde hem aan collega Özlem. “Zij is ook Turks, dus we konden elkaar helpen als er een taalprobleem zou zijn. Tenminste, dat was het idee, maar in de praktijk spraken we nooit Turks met elkaar. Zij heeft me wel heel erg geholpen met het begrijpen van allerlei dossiers en systemen. Ook van Sjoerd en mijn directe collega’s kreeg ik veel steun. Dat team is echt geweldig.”

Groep mensen poseert buiten met een drankje in de hand
Teamuitje!

Een tweede kans

Serdar is blij met het beleid van Rabobank. “Dat de bank diversiteit stimuleert en dat daar echt een afdeling voor is, vind ik heel goed. Ik heb ook al evenementen van Rabo Kleurrijk bijgewoond. En via collega’s heb ik een ‘taalmaatje’ gekregen. Toen ik Sjoerd op een dag vertelde dat een vriend van mij, ook met een buitenlandse achtergrond, een baan zocht en had gevraagd of ik een referentie kon zijn, adviseerde hij me om daar met Stijn over te praten. Via hem en een collega bij HR, Gülsah Bas, leerde ik over de Refugee Talent Hub en de hulp van Rabobank aan statushouders. Die vriend heeft later met een groepje van elf nieuwe collega’s via de Refugee Talent Hub een opleiding gevolgd tot KYC-analist en werkt nu ook bij de bank. Als medewerker ben ik heel trots dat de bank iedereen zo gelijke kansen geeft, ook als je achtergrond niet meteen aansluit bij een functie.”

Inmiddels lacht het leven Serdar weer een beetje toe, na een lange periode van verdriet en onzekerheid. Hij is herenigd met zijn vrouw en kinderen, heeft nieuwe vrienden gemaakt en kan het goed vinden met zijn collega’s. Iedereen die hij op zijn pad heeft ontmoet en die hem geholpen heeft, is hij enorm dankbaar. “Ik werk hard en probeer problemen altijd te overwinnen”, zegt hij, “maar ik heb ook veel steun gehad van de mensen om me heen. Dat maakte het makkelijker om aan nieuwe situaties te wennen.” Of hij ooit nog terug wil naar Turkije? Voorlopig niet. “Nederland heeft mij een tweede kans gegeven en nu wil ik er hier het beste van maken. Voor mezelf, mijn gezin en de samenleving.”

Serdar met zijn familie
Serdar & zijn gezin: na jaren eindelijk weer samen.